hier bent u:  Onderwijs » Overige vakken

Overige vakken

Wereldoriëntatie en erfgoededucatie

Alles wat mensen maken of bedenken, bewaren of onthouden en nalaten of doorvertellen, kan erfgoed genoemd worden. Erfgoed is ingedeeld in drie gebieden: het eigen erfgoed: de culturele en historische bagage van het kinfd zelf, erfgoed in de omgeving en het erfgoed van iedereen. Tijdens de wereldoriënterende vakken en thema's komt dit uitgebreid aan bod.
In de groepen 1 t/m 4 komen thema's aan de orde waarvan de inhoud een voorwaarde vormt voor het methodisch onderwijs vanaf groep 5. 

In de groepen 5 t/m 8 werken wij met de volgende methodes:
Aardrijkskunde: 'Geobas'
Geschiedenis: 'Wijzer door de tijd'
Voor biologie maken wij gebruik van de schooltv-programma's en de filmpjes op de website https://schooltv.nl/.
Alle in de Wet op het Primair Onderwijs genoemde kerndoelen, waaronder oriëntatie op jezelf en de wereld, mens en samenleving, natuur en techniek, ruimte en tijd, worden behandeld.

In de groepen 1/2 wordt hoofdzakelijk thematisch gewerkt. Uitgangspunt daarbij is de eigen belevingswereld, de ervaring en de waarnemingen die bij voorkeur niet uitsluitend kijken betekenen, maar ook voelen, ruiken, bewegen en luisteren. De leerlingen leren stap voor stap de wereld om zich heen kennen en kunnen relaties leggen met ruimte en tijd, met menselijk gedrag, met de natuur en natuurkundige verschijnselen, en met de kijk van het kind op zichzelf, bij het leren zien van oorzaak en gevolg en bij het veroveren van taal als communicatiemiddel. Voor de overige groepen maken we gebruik van diverse methoden:

In groep 8 wordt in een project gewerkt over tabak, alcohol en drugs en krijgen de leerlingen EHBO-lessen waarna zij het diploma jeugd-EHBO kunnen behalen.

In groep 7 en 8 maken de leerlingen werkstukken over onderwerpen van uiteenlopende aard. Hierbij ontwikkelen zij verschillende vaardigheden zoals: het maken van uittreksels, het maken van een schematische opzet met kernwoorden e.d. Deze werkstukken kunnen ook gebruikt worden als onderwerp van een spreekbeurt. Zo werken wij aan de algemene vaardigheden die de kerndoelen overstijgen.

Het onderwijs in sociale redzaamheid, waaronder gedrag in het verkeer is erop gericht dat de leerlingen kennis, inzicht en vaardigheden verwerven als consument en als deelnemer aan het verkeer en in groepsprocessen.
Er wordt in de groepen 3 t/m 7 gewerkt met de methode 'Klaar .... over'.
De leerlingen van groep 7 doen mee aan het verkeersexamen.
 

Engels

Hiermee willen we bereiken dat de kinderen een positieve houding ontwikkelen ten aanzien van het leren van een vreemde taal. 

De doelstelling van het onderwijs in de Engelse taal is dat de leerlingen in de groepen 7 en 8:
  • vaardigheden ontwikkelen waarmee ze deze taal op een zeer eenvoudig niveau gebruiken als communicatiemiddel in contact met mensen die zich van deze taal bedienen;
  • kennis hebben van de rol die de Engelse taal speelt in de Nederlandse samenleving en als internationaal communicatiemiddel.

De methode die volgens de handleiding wordt gebruikt is 'Take it easy'.
 

Cultuureducatie

Cultuur is een breed en allesomvattend begrip. Dagelijks komen niet alleen volwassenen, maar ook kinderen in aanraking met cultuur. Zij horen muziek, lezen boeken en kijken tv, soms hangt er kunst aan de muur. Bovendien is onze omgeving vormgegeven door ontwerpers en architecten, nu en honderden jaren geleden. Vaak zijn wij als volwassenen ons hier niet van bewust, laat staan dat wij dat van kinderen kunnen verwachten. Om kinderen zich op een brede manier te laten ontwikkelen is een cultureel aanbod in het basisonderwijs van groot belang. Theater, muziek, dans, audiovisueel, beeldend werken, poëzie en literatuur. We willen bereiken dat de kinderen tijdens hun schoolloopbaan regelmatig actief en receptief in aanraking komen met verschillende kunstvormen. De interne coördinator cultuureducatie voor onze school is de heer Kees Mensink.
 

Projecten

Twee keer per jaar houden we als school een gezamenlijk project. We kiezen als team een onderwerp dat de kinderen en ons aanspreekt en gaan daar vervolgens over brainstormen. Het project kan een gemeenschappelijk begin en/of een gemeenschappelijke afsluiting hebben. De vorm waarin dit gebeurt is altijd verschillend.
 

Muziek

Dit jaar hebben wij een vakleerkracht voor muziekonderwijs. Het accent in de lessen ligt vooral op het samen zingen, spelen en bewegen op muziek. Er wordt ook regelmatig gewerkt met muziekinstrumenten. Aandacht is er voor maat en ritme en verschillende muzikale tegenstellingen. Luisteren naar muziek is een onderdeel dat ook regelmatig aan de orde komt.
 

Beeldende vorming

Hierbij gaat het erom het kind in contact te brengen met zoveel mogelijk terreinen die de mogelijkheid in zich hebben tot creatieve uitingen te komen.

Het onderwijs in tekenen en handvaardigheid is erop gericht dat de leerlingen:
  • kennis, inzicht en vaardigheden verwerven waarmee ze hun gedachten, gevoelens, waarnemingen en ervaringen op persoonlijke wijze kunnen vorm geven in beeldende werkstukken. Hierbij wordt de eigen fantasie geprikkeld en gestimuleerd.
  • beeldende aspecten zoals kleur, vorm, ruimte, textuur en compositie doelgericht gebruiken in een werkstuk, zowel twee- als driedimensionaal
  • leren reflecteren op beeldende producten en inzicht verwerven in de wereld om ons heen: de gebouwde omgeving, interieurs, mode en kleding, alledaagse gebruiksvoorwerpen en beeldende kunst
  • kennis en inzicht verwerven dat uitbeelden en vorm geven tijdgebonden zijn en afhankelijk van het cultuurgebied.
  • kunst beschouwen d.m.v. exposities of museumbezoek

Tijdens de lessen beeldende vorming wordt volgens de volgende werkwijze gewerkt:
  • exploratie - wat is dit?
  • experiment - wat kan ik ermee doen?
  • expressie - uiting van hetgeen in het kind leeft of naar aanleiding van indrukken van buitenaf
  • technische aanwijzingen en materiaalkennis/omgang
  • toepassingen
 

Handvaardigheid/Textiele werkvormen

De leerlingen maken zowel figuratieve als non-figuratieve werkstukken. De zeggingskracht wordt verhoogd door het op juiste wijze combineren van materiaal, techniek en beeld- aspecten. De lessen worden door de groepsleerkracht verzorgd, eventueel met behulp van ouders.
 

Tekenen

We maken een onderscheid tussen cursorisch tekenonderwijs en vrij tekenonderwijs. In het cursorisch tekenonderwijs ligt de nadruk op de opbouw van de lessen, in het vrije tekenonderwijs op de persoonlijke toepassing hiervan.
 

Bewegingsonderwijs

Het bewegingsonderwijs is erop gericht dat de leerlingen:
  • aan verschillende bewegingssituaties deelnemen, die uitproberen en op gang weten te houden
  • een positieve houding ontwikkelen, dan wel behouden, met betrekking tot deelname aan de bewegingscultuur
  • omgaan met elementen als spanning, verlies en winst
  • leren samenspelen en samenwerken
Aan de orde komen: gymnastiek, atletiek, schooljudo en spel.
De methode die we als leidraad gebruiken zijn ‘Bewegingsonderwijs in het speellokaal’ voor de groepen 1/2 en ‘Basislessen bewegingsonderwijs’ voor de groepen 3 t/m 8.

In de groepen 1/2 verzorgt de groepsleerkracht de lessen bewegingsonderwijs in de speelzaal of buiten. Aan de school is een vakleerkracht gymnastiek verbonden. Deze verzorgt in de groepen 3 t/m 8 één les in de week. De leerlingen van groep 3 hebben één keer in de week gymnastiek in de gymzaal aan de Dr. Schaepmanlaan. Bewegingsonderwijs voor groep 3 vindt verder plaats in de speelzaal en/of buiten. De groepen 4 t/m 8 hebben twee keer per week gymles in de gymzaal aan de Dr. Schaepmanlaan. Eén keer in de maand krijgen alle kinderen judoles van een bevoegde judoleraar. 
zoek